Kashmiri tea

SAM_8733.JPGEen paar dagen geleden was ik jarig ( ik word oud) en ik gaf me zelf als cadeautje, kashmiri tea, oftewel Noon Chai, dat bekend staat als ‘roze thee’.

Lekker!

Ingrediënten :
melk, koud water, baking soda, zout, kaneel, cardemom, groene theebladeren, pistachenoten.

Advertenties

brieven aan morgen

Gisterenavond viel ik in slaap met de gedachte aan een zin die ik wou opschrijven en die ik niet mocht vergeten.
Ik was nog aan het twijfelen of ik niet zou opstaan om het snel op een papiertje op te schrijven, maar het was net zo lekker donzig en warm in bed, dat ik het toch niet heb gedaan.
Deze ochtend wist ik nog dat ik die zin moest onthouden, maar ik wist niet meer wat die zin precies was. Ik wist enkel nog ongeveer de gedachte waarover ik aan het weven was in mijn hoofd.

Gisteren heb ik interviews gelezen van mensen die ik bewonder. Dat geeft me altijd heel veel energie.
Zo las ik alles over wat filosofe Alicja Geschinska denkt over armoede, literatuur, ongelijkheid, vrijheid,…
Ik las over hoe ze is opgegroeid, over hoe moeilijk het voor haar ouders was om te migreren van Polen naar België, hoe dat ze haar plek in de wereld heeft moeten zoeken en nog steeds zoekt.
In één van haar interviews gaf ze als tip mee aan jonge mensen om in een dagboek te schrijven. Zo, zei ze, leer je omgaan met je gevoelens en gedachten. Als je ouder wordt, is het gemakkelijker om jezelf te relativeren. Jonge mensen moeten dit nog leren. Ze heeft zelf ook altijd haar gevoelens geuit op papier, en als ze die nu terug leest, beseft ze dat ze op bepaalde gebieden nog heel immatuur was.
Als ze een tegenslag had bijvoorbeeld, wist ze nog niet hoe ze daar mee moest omgaan.

Ik heb als kind en als jonge tiener altijd in een dagboek geschreven. Maar de laatste jaren niet meer zo, tenzij ik me echt heel slecht voelde of als ik heel boos was en het me van me af wou schrijven.
Alicja Geschinska zei me dat haar jonge twintig-jaren heel erg moeilijk voor haar waren. Ik vind dat ook. Ik voel me nu pas op deze leeftijd verantwoordelijk voor mijn eigen leven. Zo hoort het ook te zijn, maar met die verantwoordelijkheid komen ook heel veel angsten en vragen. Ga ik dat allemaal wel kunnen? Ben ik moedig genoeg om mijn eigen ‘keuzes’ te maken?  Wat als er iets heel ergs gebeurd, zoals een ongeluk, of schulden? Wat als ik verliefd word op de verkeerde persoon? Wat als ik mezelf teleurstel? Of dat ik niet zal leven zoals ik zou willen leven?

Ik denk dat ik misschien wel interessante gesprekken in mijn dagboek zal hebben, die misschien later wel overbodig of immatuur zullen lijken, maar daarom niet persée minder waar.

Dankjewel Alicja Geschinka, voor je interviews en alles wat je denkt en doet!

”Ik leef niet met mijn hoofd tussen de wolken. Ik leef met mijn twee voeten op de aarde. Je kan wel dromen van een utopie, maar je weet dat de kans zéér klein is dat je die utopie ook ooit gerealiseerd zult zien. Anderzijds heb ik natuurlijk wel dromen. Waarvoor vecht ik anders? Voor een samenleving waarin echte rechtvaardigheid en vrede heerst, toch? Voor een land waarin kinderen niet hoeven te werken en waar ze niet voortdurend geconfronteerd worden met geweld of folteringen. Een wereld waarin vrouwen luidop mogen schaterlachen en waarin ze mogen wenen als het hen tegenzit.”

Asma Jahangir over Pakistan in MO*-magazine

dromen

Ik heb altijd gedroomd dat ik zoiets kun studeren als Perzische literatuur. Maar mijn teleurstelling was groot toen ik zag dat ze op de universiteiten in België zich enkel focussen op westerse literatuur.
ik ben nooit een grote lezer geweest van Engelse, Amerikaanse en Franse boeken, en ik ben ook nooit goed geweest in die talen.
Mijn helden waren mensen die zich niet thuis voelden in het Westen en niet naar hun thuisland konden gaan, of die een thuisland in zich hadden, dat niet meer bestond.

In boeken  ben ik op zoek geweest naar iets dat aanwezig moet zijn in het Oosten, maar ik weet ook, en ik heb het zelf gezien, dat ik het daar niet zal vinden. Maar ik weet ook dat het niet altijd zo is geweest en zal zijn.
Want ik heb plaatsen als Harappa bezocht, oude steden langs de Indus waarover wordt verteld dat iedere burger gelijke rechten had ( iets wat je in het Oude Rome niet had).

209417

=ik heb gezien hoe ze met cement oude dingen kapot maken, ik heb gezien dat niemand in het Oosten geïnteresseerd is in die oude cultuur.
Ik heb lege tempels gezien, zonder controle. Ik heb gezien hoe oude boeddha- beelden, geschilderd op de muren, beklad zijn met stift.

De kans is  groter dat ik er over kan leren en lezen in het land waar ik nu ben. En gelukkig, kan ik de geur en de nachten ruiken waarover wordt gesproken. Gelukkig kan ik de stemmen en accenten horen van de mensen in de verhalen.

De laatste tijd moet ik vaak aan Pakistan denken.
Soms ga ik voor het raam zitten en denk ik terug aan mijn kindertijd, toen mijn ouders en ik nog vaak op bezoek gingen bij mijn familie.
Ik heb Pakistan en zijn cultuur in mijn kindertijd vaak vervloekt.
Want het leek altijd wel een reden dat ik dingen niet mocht en een reden dat anderen mijn gedrag en aarzeling niet begrepen, omdat ik wist dat ik soms over bepaalde grenzen ging, bepaalde denkgrenzen, wat mijn familie in Pakistan zich zelf niet zou kunnen voorstellen.
Als ik dan voor het raam zit, herinner ik me terug dingen die ik vergeten was, zoals trouwfeesten met kip en rijst, het geluid van de melkboer ’s ochtends, mijn hele familie die in een kamer slaapt.
Mijn grootmoeder die opgegroeid is op een boerderij en niet kan lezen of schrijven, maar alles weet van planten en bloemen, en hoe die te gebruiken voor je huid en haren. Hoeveel dorst ik had toen we de woestijn bezochte en de kleine winkeltjes in de dorpen die uit hun slaap ontwaakte toen ze zagen dat er bezoek was uit de stad.
Hoe mijn vader water kookte in een grote pan, omdat ik niet tegen het koude water van de douche kon, en hoe hij dan met die grote pan aan kwam om mij te wassen.
Of die nacht dat ik niet kon slapen en vroeg wakker werd, en de poetsvrouw die dan voor mij thee zette, en zei dat ik moest gaan slapen, dat kleine kinderen horen te slapen. Of toen ik mijn rijke tante ging bezoeken, en ik in de inkomhal het andere kind zag, van mijn leeftijd, maar dat zij diegene was die in dienst was genomen om het huis te poetsen en dat ik me schuldig voelde dat ik van het buitenland kwam en diegene was die haar ouders kon vertrouwen.
Of ik moet denken aan herinneringen van Pakistan toen ik wat ouder was, toen ik gesprekken had in de nacht met mijn nichtjes op het dak van mijn grootmoeders huis, de geur van meel in de hal, de bloemen op het terras, en hoe mijn familie elke dag er het beste van probeert te maken, ondanks de omstandigheden en de hitte.