een bedenking

Tijdens één van mijn lessen een tijdje geleden, behandelde mijn prof het concept ‘White privilege’.
Het is niet dat ik er nooit eerder over had gehoord, maar de manier waarop dat hij over ‘White privilege’ vertelde, gaf me een heel naar gevoel.
Mijn prof haalde zijn schouders op, en sprak ‘white privilege’ uit op een heel kitscherige, ongeïnteresseerde manier.
Hij gaf verder geen uitleg, geen voor- of  tegenargumenten, geen verklaring, niets.

Ik wou hem daarover aanspreken, maar ik durfde het niet zo goed. Ik wou niet dat hij mij vervelend zou vinden. Door mijn eigen achtergrond, vond ik het zelf ook lastig om er iets op te zeggen, want ik kon mij al op voorhand inbeelden hoe hij mij zou zien : iemand met een migratie-achtergrond, die zichzelf moet verdedigen.  Daar had ik niet echt zo’n behoefte aan.

Daarbij kwam ook nog bij dat ik niet meteen de juiste woorden kon vinden waarom ik het zo erg vond dat hij zo over het concept sprak, en ik kon ook niet meteen antwoorden waarom ik niet akkoord ben met hoe hij ‘White privilege’ benaderde en interpreteerde in onze samenleving.

Ik verliet de les met iets heel erg lelijks in mijn hoofd : alsof alles wie ik ben geweest in mijn kindertijd en mijn puberteit, werd gemarginaliseerd door zijn uitleg.

Terug thuis, ik had al een beetje nagedacht op de trein, probeerde ik mij in te leven in hoe hij is opgegroeid en opgevoed. En in hoe hij naar de wereld kijkt, en hoe hij daardoor het concept ‘ White privilege’ interpreteert.
Mijn prof lijkt mij niet echt iemand die dezelfde ervaringen in zijn leven heeft meegemaakt.
Ik denk niet dat hij ooit een maand bij een conservatieve familie in Pakistan heeft gelogeerd en de cultuur van binnenuit heeft beleefd.
Ik denk niet dat hij weet hoe ze in Pakistan denken, of de mensen die gemigreerd zijn uit Pakistan naar het Westen. Ik denk dat hij niet weet hoe trots ze zijn op hun eigen geloof en cultuur. En hoe belangrijk de middenklasse het vindt om te studeren. Ik denk dat hij niet weet dat ze heel strenge omgangscodes hebben, en dat ze een heel rijke geschiedenis en traditie hebben.

Op sociale media bots ik geregeld op korte filmpjes over ‘White privilege’.
Dit is vaak de setting : een schietpartij in de Verenigde Staten. En de vraag die men dat stelt is : als een ‘blanke man’ een groep mensen probeert te doden, heeft hij een psychische stoornis, en heeft hij een dokter nodig. Maar als iemand met een andere huidskleur een politieofficier met een geweer aanvalt, wordt hij meteen gezien als een misdadiger.

Dit brengt mij naar een van de redenen waarom ik een naar gevoel heb bij het concept ‘white privilege’. Die filmpjes zijn Amerikaans, en ik vind de focus op huidskleur vaak ook enorm amerikaans.
Vlaanderen is toch Amerika niet?  Het land met de grote rassenrellen, met een recente geschiedenis van slavernij?
Vlaanderen is toch dat gebied, met die katholieke mensen, die niet verder kijken dan hun eigen kerktoren? Dat gebied waar weinig invloed was van de rest van de wereld? Als het regent in Parijs, dan druppelt het toch maar een beetje in Vlaanderen? Vlaanderen is toch dat land met die ‘’simpele mensen?’’

Ik ken de wereld die hij kent. Hij kent de wereld van gesluierde moslima’s op de tram in Borgerhout, hij kent de wereld van de kinderen van Marokkaanse en Turkse gastarbeiders, waarvan sommigen op de sociale ladder klimmen, omdat ze kunnen verder studeren met de steun van de overheid.

Maar kent hij ook deze wereld?
Mijn grootvader langs Belgische kant, heeft heel zijn leven als arbeider in de fabriek gewerkt. Hij heeft nooit verder gestudeerd, want dat vonden ze in zijn familie niet belangrijk. Hij kwam amper zijn dorp uit, hij dronk veel – thuis en op café. Om zich heen zag hij veel mannen die hun vrouw en kinderen sloegen, want dat werd als normaal gezien.

Mijn grootvader in Pakistan heeft voor de overheid gewerkt. Mijn oom heeft een goedbetaalde job bij een luchtvaartmaatschappij. Mijn neef is een dokter. Mijn tante is een vrouwenarts. Een andere tante heeft haar eigen school. Een andere neef is ingenieur. Een man, ik weet niet wat mijn band met hem is, maar ik weet dat hij familie is, is professor Engelse Letterkunde aan de universiteit.

Is dat white privilege?

Gelukkig botste ik op nog bedenkingen van mensen, als ik meer over het concept ‘White Privilege’ opzoek. Dat het concept niet op alle terreinen invloed heeft. Het is het ideologische conflict dat vandaag de dag in het Westen gevoerd word, maar het heeft geen effect op wie je bent , wat je rijke culturele traditie is.

Ik denk dat ik overmorgen in de Bibliotheek een boek ga uitlenen over Akbar, de grote heerser.

Advertenties

”Ik leef niet met mijn hoofd tussen de wolken. Ik leef met mijn twee voeten op de aarde. Je kan wel dromen van een utopie, maar je weet dat de kans zéér klein is dat je die utopie ook ooit gerealiseerd zult zien. Anderzijds heb ik natuurlijk wel dromen. Waarvoor vecht ik anders? Voor een samenleving waarin echte rechtvaardigheid en vrede heerst, toch? Voor een land waarin kinderen niet hoeven te werken en waar ze niet voortdurend geconfronteerd worden met geweld of folteringen. Een wereld waarin vrouwen luidop mogen schaterlachen en waarin ze mogen wenen als het hen tegenzit.”

Asma Jahangir over Pakistan in MO*-magazine

dromen

Ik heb altijd gedroomd dat ik zoiets kun studeren als Perzische literatuur. Maar mijn teleurstelling was groot toen ik zag dat ze op de universiteiten in België zich enkel focussen op westerse literatuur.
ik ben nooit een grote lezer geweest van Engelse, Amerikaanse en Franse boeken, en ik ben ook nooit goed geweest in die talen.
Mijn helden waren mensen die zich niet thuis voelden in het Westen en niet naar hun thuisland konden gaan, of die een thuisland in zich hadden, dat niet meer bestond.

In boeken  ben ik op zoek geweest naar iets dat aanwezig moet zijn in het Oosten, maar ik weet ook, en ik heb het zelf gezien, dat ik het daar niet zal vinden. Maar ik weet ook dat het niet altijd zo is geweest en zal zijn.
Want ik heb plaatsen als Harappa bezocht, oude steden langs de Indus waarover wordt verteld dat iedere burger gelijke rechten had ( iets wat je in het Oude Rome niet had).

209417

=ik heb gezien hoe ze met cement oude dingen kapot maken, ik heb gezien dat niemand in het Oosten geïnteresseerd is in die oude cultuur.
Ik heb lege tempels gezien, zonder controle. Ik heb gezien hoe oude boeddha- beelden, geschilderd op de muren, beklad zijn met stift.

De kans is  groter dat ik er over kan leren en lezen in het land waar ik nu ben. En gelukkig, kan ik de geur en de nachten ruiken waarover wordt gesproken. Gelukkig kan ik de stemmen en accenten horen van de mensen in de verhalen.

De laatste tijd moet ik vaak aan Pakistan denken.
Soms ga ik voor het raam zitten en denk ik terug aan mijn kindertijd, toen mijn ouders en ik nog vaak op bezoek gingen bij mijn familie.
Ik heb Pakistan en zijn cultuur in mijn kindertijd vaak vervloekt.
Want het leek altijd wel een reden dat ik dingen niet mocht en een reden dat anderen mijn gedrag en aarzeling niet begrepen, omdat ik wist dat ik soms over bepaalde grenzen ging, bepaalde denkgrenzen, wat mijn familie in Pakistan zich zelf niet zou kunnen voorstellen.
Als ik dan voor het raam zit, herinner ik me terug dingen die ik vergeten was, zoals trouwfeesten met kip en rijst, het geluid van de melkboer ’s ochtends, mijn hele familie die in een kamer slaapt.
Mijn grootmoeder die opgegroeid is op een boerderij en niet kan lezen of schrijven, maar alles weet van planten en bloemen, en hoe die te gebruiken voor je huid en haren. Hoeveel dorst ik had toen we de woestijn bezochte en de kleine winkeltjes in de dorpen die uit hun slaap ontwaakte toen ze zagen dat er bezoek was uit de stad.
Hoe mijn vader water kookte in een grote pan, omdat ik niet tegen het koude water van de douche kon, en hoe hij dan met die grote pan aan kwam om mij te wassen.
Of die nacht dat ik niet kon slapen en vroeg wakker werd, en de poetsvrouw die dan voor mij thee zette, en zei dat ik moest gaan slapen, dat kleine kinderen horen te slapen. Of toen ik mijn rijke tante ging bezoeken, en ik in de inkomhal het andere kind zag, van mijn leeftijd, maar dat zij diegene was die in dienst was genomen om het huis te poetsen en dat ik me schuldig voelde dat ik van het buitenland kwam en diegene was die haar ouders kon vertrouwen.
Of ik moet denken aan herinneringen van Pakistan toen ik wat ouder was, toen ik gesprekken had in de nacht met mijn nichtjes op het dak van mijn grootmoeders huis, de geur van meel in de hal, de bloemen op het terras, en hoe mijn familie elke dag er het beste van probeert te maken, ondanks de omstandigheden en de hitte.