Wislawa Szymborska

Een paar dagen geleden was ze er weer. Ze kwam mijn kamer binnenwandelen toen ik toevallig een gedicht van haar terugvond, en ze kroop weer meteen in mijn buik en mijn hart, waar ze een paar jaar geleden alle ruimte innam.
Soms heb ik de neiging om haar woorden en gedichten te kussen, omdat ik er zo dankbaar voor ben dat ze ooit geschreven zijn en tot bij mij zijn geraakt. Helemaal van Krakau naar een klein stadje in België.
Ik moet dan wel glimlachen, omdat ze het waarschijnlijk ongelofelijk gênant zou vinden dat haar gedichten zo veel voor mij betekenen.
Maar niemand ziet mij toch als ik in mijn kamer, een gedicht van haar luidop lees, en dan begin te huppelen en te springen.

Ik was niet meteen weg van haar op de dag dat ik haar voor het eerst las, de dag dat ze gestorven is in Krakau, en mijn lerares op de woordkunstacademie me de opdracht gaf een gedicht van haar voor te lezen.
Ze zei me dat ik haar het gevoel gaf dat haar gedicht niet begreep, en dat was voor een deel ook wel zo. Ik was me toen nog niet zo bewust van alles wat ze in haar gedichten zegt en hoe ze voor mij een antwoord geeft op levensvragen zonder echt oplossingen te geven.

 

th

Dit is het gedicht dat ik terugvond :

Leven is de enige manier
om met bladeren begroeid te raken,
op het zand naar adem te happen,
op vleugels proberen op te vliegen;

om hond te zijn
of hem over zijn gladde vacht te aaien;

om pijn te onderscheiden
van alles wat geen pijn is;

om zich in gebeurtenissen te bevinden,
zich in een uitzicht te verbergen,
naar de kleinst mogelijke vergissing te speuren.

een uitzonderlijke kans
om je even te herinneren
waarover werd gesproken
toen de lamp niet brandde

en om ten minste eenmaal
over een steen te struikelen,
in een of andere regen nat te worden
je sleutels kwijt te raken in het gras;

en een vonkje in de wind na te kijken

en zonder ophouden iets belangrijks
niet te weten.