dromen

Ik heb altijd gedroomd dat ik zoiets kun studeren als Perzische literatuur. Maar mijn teleurstelling was groot toen ik zag dat ze op de universiteiten in België zich enkel focussen op westerse literatuur.
ik ben nooit een grote lezer geweest van Engelse, Amerikaanse en Franse boeken, en ik ben ook nooit goed geweest in die talen.
Mijn helden waren mensen die zich niet thuis voelden in het Westen en niet naar hun thuisland konden gaan, of die een thuisland in zich hadden, dat niet meer bestond.

In boeken  ben ik op zoek geweest naar iets dat aanwezig moet zijn in het Oosten, maar ik weet ook, en ik heb het zelf gezien, dat ik het daar niet zal vinden. Maar ik weet ook dat het niet altijd zo is geweest en zal zijn.
Want ik heb plaatsen als Harappa bezocht, oude steden langs de Indus waarover wordt verteld dat iedere burger gelijke rechten had ( iets wat je in het Oude Rome niet had).

209417

=ik heb gezien hoe ze met cement oude dingen kapot maken, ik heb gezien dat niemand in het Oosten geïnteresseerd is in die oude cultuur.
Ik heb lege tempels gezien, zonder controle. Ik heb gezien hoe oude boeddha- beelden, geschilderd op de muren, beklad zijn met stift.

De kans is  groter dat ik er over kan leren en lezen in het land waar ik nu ben. En gelukkig, kan ik de geur en de nachten ruiken waarover wordt gesproken. Gelukkig kan ik de stemmen en accenten horen van de mensen in de verhalen.

Advertenties

De laatste tijd moet ik vaak aan Pakistan denken.
Soms ga ik voor het raam zitten en denk ik terug aan mijn kindertijd, toen mijn ouders en ik nog vaak op bezoek gingen bij mijn familie.
Ik heb Pakistan en zijn cultuur in mijn kindertijd vaak vervloekt.
Want het leek altijd wel een reden dat ik dingen niet mocht en een reden dat anderen mijn gedrag en aarzeling niet begrepen, omdat ik wist dat ik soms over bepaalde grenzen ging, bepaalde denkgrenzen, wat mijn familie in Pakistan zich zelf niet zou kunnen voorstellen.
Als ik dan voor het raam zit, herinner ik me terug dingen die ik vergeten was, zoals trouwfeesten met kip en rijst, het geluid van de melkboer ’s ochtends, mijn hele familie die in een kamer slaapt.
Mijn grootmoeder die opgegroeid is op een boerderij en niet kan lezen of schrijven, maar alles weet van planten en bloemen, en hoe die te gebruiken voor je huid en haren. Hoeveel dorst ik had toen we de woestijn bezochte en de kleine winkeltjes in de dorpen die uit hun slaap ontwaakte toen ze zagen dat er bezoek was uit de stad.
Hoe mijn vader water kookte in een grote pan, omdat ik niet tegen het koude water van de douche kon, en hoe hij dan met die grote pan aan kwam om mij te wassen.
Of die nacht dat ik niet kon slapen en vroeg wakker werd, en de poetsvrouw die dan voor mij thee zette, en zei dat ik moest gaan slapen, dat kleine kinderen horen te slapen. Of toen ik mijn rijke tante ging bezoeken, en ik in de inkomhal het andere kind zag, van mijn leeftijd, maar dat zij diegene was die in dienst was genomen om het huis te poetsen en dat ik me schuldig voelde dat ik van het buitenland kwam en diegene was die haar ouders kon vertrouwen.
Of ik moet denken aan herinneringen van Pakistan toen ik wat ouder was, toen ik gesprekken had in de nacht met mijn nichtjes op het dak van mijn grootmoeders huis, de geur van meel in de hal, de bloemen op het terras, en hoe mijn familie elke dag er het beste van probeert te maken, ondanks de omstandigheden en de hitte.

Het midden van de wereld

Toen ik nog maar 15 jaar oud was, was ik in de ban van het jeugdboek Het midden van de wereld van Andreas Steinhöfel.
Ik herinner me nog dat ik zo met het boek meeleefde dat ik de namen van de hoofdpersonages neerschreef in mijn cursus en dat ik me voorstelde hoe het zou zijn als ze hier bij mij waren of ik bij hen.
Ik herinner me zelfs nog dat een vriendin mij vroeg : ‘’ Wie zijn dat? ‘’ , toen ze de namen zag staan.

Ik vroeg me  af : hoe doet een schrijver zoiets? Hoe verzint hij die verhalen, waar haalt hij die personages vandaan? Hoe maakt hij een man, een schipper, die de hele wereld afreist, die rusteloos is en nergens kan blijven?
Hoe maakt hij een vrouw, die zo moedig is en eigenlijk , nu ik erover nadenk, alles behalve de perfecte moeder is en dat toch is?
En hoe maakt hij Phil, de jongen waar ik meteen verliefd op werd, die zich vervreemd voelt van de rest van zijn dorp?
En hoe verzint hij die pop van glas, waar Phil alle vragen van de wereld aan kan stellen en waar hij  een vaag antwoord van krijgt, en hoe komt hij op het idee om die pop van glas ooit te laten breken waardoor hij voor altijd zwijgt?

Ik werd er onrustig van. Misschien wilden mijn ogen toen al ooit schrijversogen worden.
Nu weet ik dat er overal verhalen zijn, en dat er ongelofelijke mensen op deze wereld rondlopen, dat het verhaal zo voorbij je loopt, naast je gaat zitten, een gesprek met je begint. Dat het allemaal zo zichtbaar is. het enige wat je moet doen, is luisteren en kijken. Je hoeft zelfs geen moeite te doen.

Ik was blind. Nu weet ik dat ik blind was. Misschien omdat ik de kennis niet had, dat ik nog niet wist hoe en waarom dingen gebeuren, waardoor ik al die verhalen ook niet zag.  Er is wel één ding dat ik weet : ik wil mijn leven zo inrichten dat ik de verhalen blijf horen. En dat als ik er ooit iets mee doe, ik respectvol met de wereld en zijn mensen omga.

HET%20MIDDEN%20VAN%20DE%20WERELD

Wislawa Szymborska

Een paar dagen geleden was ze er weer. Ze kwam mijn kamer binnenwandelen toen ik toevallig een gedicht van haar terugvond, en ze kroop weer meteen in mijn buik en mijn hart, waar ze een paar jaar geleden alle ruimte innam.
Soms heb ik de neiging om haar woorden en gedichten te kussen, omdat ik er zo dankbaar voor ben dat ze ooit geschreven zijn en tot bij mij zijn geraakt. Helemaal van Krakau naar een klein stadje in België.
Ik moet dan wel glimlachen, omdat ze het waarschijnlijk ongelofelijk gênant zou vinden dat haar gedichten zo veel voor mij betekenen.
Maar niemand ziet mij toch als ik in mijn kamer, een gedicht van haar luidop lees, en dan begin te huppelen en te springen.

Ik was niet meteen weg van haar op de dag dat ik haar voor het eerst las, de dag dat ze gestorven is in Krakau, en mijn lerares op de woordkunstacademie me de opdracht gaf een gedicht van haar voor te lezen.
Ze zei me dat ik haar het gevoel gaf dat haar gedicht niet begreep, en dat was voor een deel ook wel zo. Ik was me toen nog niet zo bewust van alles wat ze in haar gedichten zegt en hoe ze voor mij een antwoord geeft op levensvragen zonder echt oplossingen te geven.

 

th

Dit is het gedicht dat ik terugvond :

Leven is de enige manier
om met bladeren begroeid te raken,
op het zand naar adem te happen,
op vleugels proberen op te vliegen;

om hond te zijn
of hem over zijn gladde vacht te aaien;

om pijn te onderscheiden
van alles wat geen pijn is;

om zich in gebeurtenissen te bevinden,
zich in een uitzicht te verbergen,
naar de kleinst mogelijke vergissing te speuren.

een uitzonderlijke kans
om je even te herinneren
waarover werd gesproken
toen de lamp niet brandde

en om ten minste eenmaal
over een steen te struikelen,
in een of andere regen nat te worden
je sleutels kwijt te raken in het gras;

en een vonkje in de wind na te kijken

en zonder ophouden iets belangrijks
niet te weten.

Maar tante zei dat ik me geen zorgen moest maken, dat er in iedereen schitterende dingen verborgen zaten. Het enige verschil was dat sommigen met anderen die schitterende dingen wisten te delen en anderen niet. Degenen die hun kostbare talenten niet verkenden en met anderen deelden, gingen met een ongelukkig gevoel door het leven, droevig en onhandig met anderen, en kwaad ook. Je moest een talent ontwikkelen, zei tante, zodat je iets te bieden had, iets met anderen kon delen en kon schitteren. En je ontwikkelde een talent door erg hard te werken en ergens goed in te worden. Het kon alles zijn, zingen, dansen, koken, borduren, luisteren, kijken, glimlachen, wachten, aanvaarden, dromen, rebelleren, springen. ” Alles wat je goed kunt, kan je leven veranderen,’ zei tante.
– Fatima Mernissi uit Het verboden dakterras